Boek en film: Io e te (2012)


 







Van een klein verhaalgegeven een grote film maken is een kwaliteit die slechts weinigen bezitten. Het is tenslotte toch een kunst: een paar gegevens dermate uitbouwen dat ze als verhaal groter worden dan de koude som der delen. Als filmliefhebber heb ik gelukkig het genoegen die kunst vaak te mogen aanschouwen. Zo ook onlangs, bij de film Io e Te (Me and You) van Bernard Bertolucci.
 
Een comeback als wereldnieuws
Als Bernardo Bertolucci een nieuwe film heeft gemaakt is dat wereldnieuws. Waarom? Dat is eenvoudig te verklaren: om twee redenen eigenlijk. Ten eerste is hij één van de grootmeesters van de cinema, met een lange staat van dienst in de vorm van een reeks van buitengewoon indrukwekkende films. Zijn debuutfilm La Commare Secca (1962) was meteen raak en ook daarna heeft hij tal van successen geboekt, waaronder mega-producties als Il Conformista (1970), Last Tango in Paris (1972), Novecento (1976), The Last Emperor (1987) en The Sheltering Sky (1990).
 
Ten tweede was Bertolucci jarenlang uit de running vanwege blessures die zo ernstig waren dat hij zich voortaan in een rolstoel moest verplaatsen. Het leek alsof we hem nooit meer terug zouden zien. En toch was in 2012 de regisseur, inmiddels ruim over de pensioengerechtigde leeftijd gekomen, plotseling helemaal terug op het wereldtoneel van de filmindustrie. Hij beleefde toen een triomfantelijke comeback op de rode loper van het filmfestival van Cannes. Io e Te (Me and You) ging daar in wereldpremière. In interviews zei hij dat het in zijn beleving hier zijn tweede debuut betrof. Hij voelde zich opnieuw een gretige, beginnende filmmaker.
 
Een simpel en minimaal verhaal
Bertolucci en zijn team bewerkten voor Io e Te de gelijknamige roman van Niccolò Ammaniti en maakten een ontroerende film over een dwarse tienerjongen die middenin zijn pubertijd zit. Hij wil vooral met rust gelaten worden en dus voelt hij er niks voor om mee te gaan op schoolreis naar een skivakantieoord. Hij weet de oplossing: tegen zijn moeder doet hij alsof hij meegaat, maar stiekem sluipt hij terug naar hun stadsvilla in Rome en gaat ongezien naar de kelder waar hij een schuilplaats heeft gemaakt en alles zorgvuldig voorbereid. Hij heeft voedsel en drinken voor de komende acht dagen klaargezet, plus zijn muziek en enkele boeken en bovendien een klein terrarium met een mierennest als gezelschap. Als zijn moeder hem mobiel belt is hij in staat aan de telefoon prachtige verhalen op te hangen over de bergen en de sneeuw. Missie geslaagd, zo lijkt het.
 
De wending
Maar dan komt zijn oudere halfzus de kelder in. Ze is ook op zoek naar een schuilplaats, maar met een meer grimmige reden: ze heeft haar leven verwoest door haar heroïneverslaving en wil proberen zonder begeleiding ‘cold turkey’ af te kicken. Dit resulteert in heftige scènes waarbij je kan meevoelen met de jongen die niet goed weet wat hem overkomt. Hij wisselt steeds van positie: het ene moment is hij het kleine broertje dat nog gezien wordt als een kind, het andere moment is hij de stoere beschermer van zijn zus, met alle varianten daar tussenin. De acteurs schakelen fantastisch tussen deze verschillende gemoedstoestanden.
 
Knappe subtiliteit maakt een mooi verhaal
Op de achtergrond speelt ondertussen het verhaal van hun verleden. In feite gaat de film over de geschiedenis van een welgesteld gezin. Het vertelt een niet eens zo uitzonderlijk verhaal over een scheiding en een nieuw huwelijk en een ‘tweede leg’. Mooi subtiel gebracht is het feit dat de halfzus grotendeels ontbreekt in de gezinsverhalen die aan de jongen verteld zijn. Hij kent haar naam, maar is onbekend met haar verleden.
In de kelder is sprake van uitwisseling van informatie en ook van een breekbare vorm van toenadering. Deze twee zeer verschillende vluchtelingen helpen elkaar hun leven en hun verleden beter te accepteren. Aan het eind van hun ‘time out’ zit een prachtige, tedere scène waarbij ze samen dansen op muziek van David Bowie.
 
Bertolucci is in staat een klein verhaalgegeven uit te bouwen tot een grote film, tijdloos en universeel. Wat dat betreft is deze film inspirerend voor elke verhalenverteller, want het zijn kleine details waarmee hij het verhaal vakkundig van een diepere inhoud voorziet.
Neem het zijlijntje van zijn oma, die in het ziekenhuis ligt met een terminale ziekte. De scènes tussen kleinzoon en oma zijn op een eigenwijze manier in beeld gebracht, helemaal niet volgens de richtlijnen van de scenariohandleidingen waarbij alles aangekondigd en afgehecht moet worden. 
En zo kan ik doorgaan met mooie momenten terughalen die ik beleefd heb. Ik zou ze allemaal met jullie willen delen, maar teveel verklappen wil ik ook niet, want dan is de pret vooraf bedorven, Ga maar kijken en luisteren!
 
Deze tekst verscheen als blogtekst op Storytellingmatters: http://www.storytellingmatters.nl/visual-storytelling/item/io-e-te-2012-van-een-klein-verhaalgegeven-tot-een-grote-film.html
 
Nederlandstalige on line recensies van Io e Te:
 
P.S.
De schrijver Niccolò Ammaniti is een uitstekende verteller, die spanning en sfeer kan neerzetten en zich heel goed kan inleven in zijn personages. Bijvoorbeeld in de roman ‘Io non ho paura’ (Ik ben niet bang, 2001), dat geschreven is vanuit het perspectief van een jongen van ongeveer tien jaar. Regisseur Gabriele Salvatore maakte er in 2003 een adembenemende film van.
 
Mocht ik echter een film mogen kiezen die ik op 1 middag samen met ‘Io e Te’ zou mogen vertonen, dan zou ik kiezen voor ‘Il commare secca’ (1962), de debuutfilm van Bertolucci. Vermomd als politieverhaal biedt deze film een weergave van de leefwereld van een stel tienerjongens, in een achterstandsbuurt van Rome. Zie mijn korte kenschets, beschikbaar op mijn website: http://www.peterbosma.info/?p=uitgelicht&uitgelicht=35