klassieker: Aniki Bobo (De Oliveira 1942)













Hier is de link voor de openingsbeelden van Aniki Bobo op YouTube:
www.youtube.com/watch?v=9EFlEnvX_ms&p=B8125A0C09802D98

Aniki-Bóbó
Portugal, 1942, 70 minuten, zwart/wit, Portugees gesproken, Nederlands ondertiteld
regie: Manoel de Oliveira.Scenario: Manoel de Oliveira, gebaseerd op Meninos Milionarios van Rodrigues de Freitas. Camera: Antonio Mendes. Montage: Vieira de Sousa. Produktie: Antonio Lopes Ribeiro. Muziek: Jaime Silva Filho. Met: Nascimento Fernandes, Fernanda Matos.
 
 
Synopsis
ANIKI-BÓBÓ is een vertederende komedie over een stel schoolkinderen in het zonnig en zomers Porto. Alles is voor hen een avontuur: langs de spoorbaan lopen, meezingen met een straatzanger, zwemmen in de haven, stout zijn in de klas, en ... meisjes.
ANIKI-BÓBÓ speelt zich af in de geboortestad van regisseur De Oliveira (die zich toen nog Manuel liet noemen). Hij situeerde zijn verhaal in een eigentijdse setting, maar voor ons is de film gesitueerd in de goede oude tijd waarin jongetjes korte broeken droegen en met katapulten kattenkwaad uitvoerden, zowel in de klas als op straat.

De Oliveira toont het leven in een volkswijk als een kleine wereld met een dorpse sfeer, bevolkt door de strenge meester, de koddige winkelier en de komische politieagent. De beroemde ijzeren spoorwegbrug van ingenieur Eifel is alleen terloops in een hoek van het beeld te zien. Dit herkenningspunt hoort bij de wereld van rijkdom en reizen, zaken die ver weg liggen voor de bewoners van de havenwijk.

De glimlach van vertedering heeft een goed bedoelde moralistische bijklank: ook de kinderwereld kan hard zijn. Het gedrag van de kinderen lijkt een metafoor voor de wereld van de volwassenen. De film toont het imponeergedrag van twee jongetjes die verliefd zijn op hetzelfde meisje. De stoere lijkt te winnen, maar de schuchtere laat zich niet kennen. Om de gunst van het meisje te winnen steelt de schuchtere jongen een pop uit etalage van de winkel. Het pleit voor hem dat hij direct van schuld doortrokken rondloopt en dat hij zijn misstap zelf corrigeert. De gevaarlijke spoorbaan die we aan het begin van de film zagen, wordt de locatie van de eindstrijd tussen de twee rivalen.
 
Context
Het scenario van ANIKI-BÓBÓ is geïnspireerd op het verhalend gedicht “Meninos millionarios” (miljonairs kinderen) van Rodrigues de Freitas. De dichter woonde ook in Porto en toonde betrokkenheid bij het leven van de kinderen uit de arme wijken, wier kapitaal vooral uit hun verbeelding bestond. De titel verwijst naar een aftelrijmpje.
Volgens de gewoonte van de tijd is de film zwaar georchestreerd (muziek van Jaime Silva Jr.). Als bijzonderheid kan gelden dat De Oliveira zichtbaar geïnspireerd moet zijn door Chaplin en andere filmkomieken.

ANIKI-BÓBÓ lijkt welhaast een voorloper van het Italiaans Neo-realisme, waarin ook talloze films tot stand kwamen met aandacht voor kinderen uit het stedelijk proletariaat, zoals SCIUSCIÀ (Schoenpoetsertjes, 1946) of LADRI DI BICICLETTE (Fietsendieven, 1948), beiden geregisseerd door Vittorio De Sica. Het is echter onwaarschijnlijk dat er van invloed sprake is geweest.

In een miniatuurversie gaat ANIKI BOBO over volwassen morele kwesties zoals de dunne scheiding tussen goed en kwaad. De film toont op een milde manier kinderen die een hard leven leiden en zelf ook geen lieverdjes zijn. In het jaar van ontstaan had deze mate van realisme schokkend kunnen zijn, toch waren er geen problemen met de censuur van het Salazar-regime.
 
De regisseur
Manoel De Oliveira (1908) verdiende de kost als waterstaatbouwkundig ingenieur. Hij had in de jaren dertig enkele korte documentaires gemaakt, onder andere over het dagelijks leven van de arbeiders aan de oever van de Douro (DOURO, FAINA FLUVIAL; Harde arbeid aan de Douro). Een erfenis stelde hem in 1941 in staat om zijn speelfilmdebuut te financieren. Later groeide hij uit tot één van de meest gerespecteerde filmmakers van Portugal.
In zijn film PORTO DA MINHA INFÂNCIA (2001) kijkt hij terug op zijn jeugdjaren en zijn filmdebuut. Het blijkt dat ANIKI BOBO een autobiografisch element heeft: hij vereerde op prille leeftijd zijn nichtje, de ervaring van hun eerste onschuldige kus verwerkte hij tot een aandoenlijke nachtelijke dakscène in ANIKI BOBO.

Manoel de Oliveira kan met recht een laatbloeier genoemd worden, zijn creatieve krachten werden pas echt ontketend toen hij ruim de veertig was gepasseerd. Hij geniet nu een wereldfaam, met een consequente, persoonlijke stijl schiep hij een oeuvre van uiterst verfijnde films. Vaak baseert hij zich op een toneelstuk of roman, altijd geeft hij aandacht aan elk gebaar en elke frasering. Zijn uitzonderlijk talent werd vroeg in de jaren tachtig gesignaleerd door Huub Bals, die films van Oliveira vertoonde op het Rotterdams Filmfestival en ook distribueerde in Nederland (te beginnen met het kostuumdrama FRANCESCA).
Het Nederlands Filmmuseum zet de traditie voort en brengt vrijwel elke Oliveira-film in distributie. ANIKI-BÓBÓ is een a-typische start van een spraakmakende cineast.

Manoel de Oliveira over deze film: “Door eenvoudigweg een verhaal te vertellen had ik de pretentie bij kinderen de problemen van grote mensen te laten zien, problemen die nog in het embryonale stadium verkeren. Om opvattingen over goed en kwaad, haat en liefde, vriendschap en ondankbaarheid tegenover elkaar te zetten. Ik heb geprobeerd de angst voor de nacht en voor het onbekende te suggereren, de aantrekkingskracht van het leven dat in alles rondom ons trilt, in tegenstelling tot hetgeen gesloten is, ingeperkt door muren, door macht of door conventies.” 

 
Geraadpleegde literatuur: Prédal, René. “Manoel de Oliveira, le texte et l’image”, in: Avant Scène Cinéma, no 478/479 (janvier-février 1999, p. 3 - 172).
 
Peter Bosma
 
P.S.
Porto was met Rotterdam in 2001 Culturele Hoofdstad van Europa, de Portugees-Nederlandse schrijver Rentes de Carvalho keek bevreemd rond in Porto, de stad van zijn jeugd:
“Overal hangen affiches die festiviteiten aankondigen. Maar het kosmopolitische Porto, de huidige culturele hoofdstad van Europa en toekomstige metropool, gaat moeilijk samen met mijn Porto dat niet zozeer uit werkelijkheid bestaat, als wel uit herinneringen, luchtspiegelingen, dromen en illusies, die de tijd niet heeft vernietigd.” 
J. Rentes de Carvalho, in AD Magazine, 16 juni 2001.