Monumentale bioscopen in Nederland


In Nederland hebben we weinig monumentale bioscopen: waar zijn de grote cinema paleizen uit het Interbellum gebleven, in Art Deco stijl of desnoods in Eclectisch Ratjetoe?

 
Eigenlijk kunnen we maar een voorbeeld noemen: het Tuschinksi theater in Amsterdam, geopend in 1921, opgekocht door de Cannon Group rond 1985, vervolgens korte tijd in bezit van MGM (van 1991 tot 1995) en sindsdien onderdeel van Pathé. Het gebouw werd grondig en zorgvuldig gerestaureerd in 2002. 
 
Een mooi initiatief, maar ... helaas is dit statige monument gesitueerd in een treurige toeristenstraat met een overdaad aan platvloerse neringen alom. En het filmtheater maakt ook onderdeel uit van de huidige commerciële bioscoopcultuur. Dit betekent dat de ambiance bestaat uit kauwgom op het tapijt, de geur van popcorn door het hele gebouw en plakkerige cola op de grond. En dat terwijl er toch een nieuw multiplex om de hoek beschikbaar is (De Munt). Zou het niet rendabel zijn de foyer op navenant passende wijze uit te baten, zoals de firma ook bij het hernieuwde City theater in Amsterdam heeft gedaan?
 
Schrale troost: het kan nog treuriger. Aan de overkant van de straat staat de Cineac, in 1934 ontworpen door de architect Jan Duiker (1890-1935). De Cineac (afkorting voor  “CINEma ACtuel”) werd in het begin van de jaren dertig als nieuwe vorm van nieuwsverspreiding ontwikkeld: film als nieuwsmedium, met een doorlopende voorstelling. Door de populariteit van de televisie vanaf de jaren zestig werd de Cineac als nieuwsmedium overbodig en zette een periode van verval in. De keuze was toen: sloop of restauratie? Dankzij het Comité 'Redt Duikers Cineac' kreeg het gebouw de status van rijksmonument. In opdracht van het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam werd een zorgvuldige restauratie uitgevoerd, met herstel van de authentieke kleuren. Maar films worden er niet meer in vertoond.
 
Filmtheater De Uitkijk op de Prinsengracht in Amsterdam heeft nog geen monumentenstatus, maar zou dat wel mogen hebben. De zaal werd in 1929 eigendom van Ed Pelster, die er onder andere de voorstellingen van de Filmliga in programmeerde. Het grachtenpand was destijds al in gebruik als filmtheater, voorheen de City Bioscope.
Het is daarmee een van de oudste filmtheaters van Nederland, een plaats van herinnering waar vele filmvoorstellingen zijn gegeven. 
In 2007-2008 is een renovatie gepleegd, waarbij de originele structuur bewaard is gebleven maar het comfort is verhoogd.
De nieuw opgeleverde zaal werd feestelijk ingewijd op 16 maart 2008 met een vertoning van de zwijgende film DIE SINFONIE DER GROSSSTADT (Walter Ruttmann, 1927), begeleid door Yvo Verschoor. Zie een impressie hiervan op You Tube of op zijn site www.yvoverschoor.nl.

Er is nog te wijzen op historische bioscoopinterieurs, zoals Cinema Parisienne, opgenomen in de collectie van EYE Film Instituut Nederland. Daarnaast bevat het Desmet theater een authentiek Art Deco interieur in originele staat. Het pand is momenteel in gebruik als geluidsstudio.
Een andere monumentale, historische Nederlandse bioscoop die bewaard is gebleven is het Luxor theater in Arnhem. Het gebouw werd gerestaureerd en in 2008 in gebruik genomen als poppodium. Dat is alvast beter dan een hergebuik als gokhal, tapijtenhal of sloop.
 
Om met een positieve toon te eindigen: op bioscopengebied is er recent op tal van plaatsen nieuwbouw gepleegd en verrezen filmtheaters die potentieel een architectonische, monumentele plaats van herinnering zijn. Voorbeelden: de Filmschuur in Haarlem, LantarenVenster in Rotterdam op de Wilhelminapier, en het nieuwe gebouw van Eye Film Instituut Nederland in Amsterdam aan de IJ-Oever.
 
Over filmtheater De Uitkijk zie onder andere
 
Over het Tuschinksi Theater, zie onder andere:
De documentairefilm over Abraham Tuschinski: HET GROOTSTE VAN HET GROOTSTE (Ger Poppelaars, 2002).
 
Over de Cineac in Amsterdam zie:
 
Zie ook: http://www.xs4all.nl/~kd/index.html?bios/bios34.html (website ‘Netherlands Cinema History’, van filmhistoricus Karel Dibbets).