opera: Genoveva


opera van Robert Schumann (1850)
registratie  van de enscenering in 2008 door het Schauspielhaus Zürich.
De enige opera van Robert Schumann ging in 1850 in première en raakte daarna ten onrechte in vergetelheid. Zijn ambitie om een nationale opera te creëren mislukte, maar de partituur bleef bewaard.
 
In 2008 werd deze romantische opera op indrukwekkende wijze en met uitstekende solisten in het Schauspielhaus Zürich opgevoerd, onder leiding van Martin Kušej (regie) en Nicolaus Harnoncourt (dirigent).

De enscenering koos voor een minimalistisch decor van een witte wand en slechts enkele requisieten. De hoofdpersonen blijven permanent op het toneel aanwezig, ook als ze geen betrokkenheid bij de handeling hebben. Bij elkaar geeft dit een vervreemdende, claustrofobische indruk, het lijkt een kliniek of een gekkenhuis. De bron van de opera is een folkloristisch verhaal, met een magisch element. De regie is het meest effectief in de passage met de toverspiegel in Acte III, in deze spiegel zijn fragmenten uit het verleden te zien. Een treffende metafoor voor het verschijnsel film, die in 1850 nog niet bestond.
Het koor wordt effectief ingezet, bij de beschimpingen van de onschuldige Genoveva vormen ze een dreigende massa, het is de verbeelding van een primitieve publieke opinie die makkelijk manipuleerbaar blijkt. De witte wanden van het toneelbeeld raken besmeurd met zwarte vegen en bloedsporen. Christelijke waarden zoals verdraagzaamheid verdampen erg snel, de ongeremde lust van de slechterik veroorzaakt een giftige stroom van afgunst en achterdocht. De verzoening aan het slot is geen echt happy end, want littekens en trauma’s blijven bestaan. De spiegel is gebarsten. Het huwelijksgeluk is verwoest door kleinzielig gedrag. 
“Je mag in deze opera niet zoeken naar een dramatische handeling. Het is een blik in de ziel,” zei Nicolaus Harnoncourt over dit werk.
 
Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Regie: Martin Kušej. Toneelbeeld: Rolf Glittenberg. Kostuums: Heidi Hackl. Lichtontwerp: Juergen Hoffmann. Beeldregie: Felix Breisach.
 
Genoveva: Juliane Banse. Margaretha: Cornelia Kallisch. Hidulfus: Ruben Drole. Siegfried, Pfalzgraf: Martin Gantner. Golo: Shawn Mathey. Drago, Haushofmeister: Alfred Muff. Balthasar: Tomasz Slawinski. Caspar: Mathew Leigh.
 
“Al vanaf de première in 1850 werd Genoveva, Schumanns enige opera, als mislukt beschouwd en daar zit wat in - het is in feite een symfonie met stemmen. De dirigent Nikolaus Harnoncourt is al decennialang een pleitbezorger van deze compositie. Volgens hem is Genoveva een waar meesterwerk, misschien zelfs de belangrijkste opera uit de tweede helft van de 19de eeuw. En ook daar zit wat in, want de muziek is wonderschoon en met een goede regisseur valt er ontegenzeggelijk iets prachtigs van te maken.
De van oorsprong Oostenrijker Martin Kusej (1961) plakt het verhaal vast aan het personage van Golo, in wie hij Schumann zelf (de componist, de dichter, de revolutionair) ziet, wiens zielenroerselen het ‘echte’ verhaal vormen. De actie speelt zich grotendeels af in een soort witte doos, met alle personages permanent op de bühne, alsof ze daar zitten opgesloten. Voor de liefhebber van het conceptualisme zeker interessant en ongetwijfeld spannend, maar voor mij is dat te vergezocht. Er valt daarnaast gelukkig veel te genieten, want de personenregie is excellent en de muzikale kant meer dan voortreffelijk, met Shawn Mathey (als Golo) voorop. Diens mooie en warme tenor straalt inderdaad iets van een dichter uit. Juliane Banse is een ontroerende Genoveva en dat de muzikale leiding van Nikolaus Harnoncourt op eenzame hoogte staat, spreekt bijna voor zich.”
 (Basia Jaworski, http://www.klassiekezaken.nl/recensies/genoveva-robert-schumann.html)
 
In het Schumann jaar 2010 presenteerde Operadagen Rotterdam een concertante uitvoering van deze opera in de Doelen, met een film van Eric de Kuyper als achtergrond.
 
Plot synopsis
“The plot of Genoveva is based on legendary Genevieve de Brabant, who is associated with the historic thirteenth-century figure Marie de Brabant, who was married to Louis II of Bavaria. The story concerns the machinations of Golo to seduce Genoveva, and when she spurns him, Golo decides to convince her husband Siegfried to murder her as punishment for infidelity. While Golo and the sorceress Margaretha conspire to put forth this scheme, Siegfried ultimately learns the truth and spares Genoveva.
 
While some connect this story with that of Elsa of Brabant, as set in music as Wagner’s opera Lohengrin, various elements of the narrative suggest deeper, symbolic elements at work, with a magic mirror, the apparition of the Virgin Mary, the ghost of Drago, a member of the household whose death is the result of Golo’s schemes (and thus a kind of Doppelgänger), to suggest a rather modern fairy tale. The libretto is by Robert Reinick and Schumann himself, rather than adapted from the versions that Ludwig Tieck and Friedrich Hebbel had already published. The inspiration Schumann had taken from Wagner for setting a German legend to music seems connected to his personal involvement with the text.”
Source: http://www.operatoday.com/content/2010/08/robert_schumann.php
 
“Genoveva (1850), Robert Schumann’s only opera, was composed around the same time that Richard Wagner was working on material for Lohengrin and the Ring of the Niebelungen and it represents an interesting alternative view of how folklore, mythology and legends could be used as an expression of essential Germanic characteristics elevated through the art of the opera or music drama. Genoveva however was regarded as a failure when it was first produced, and Schumann would consequently never compose another opera, so it’s the Wagnerian model that has succeeded as the dominant influence, but Schumann’s approach would appear to be more deeply rooted in relating these characteristics elevated in mythology back down to the nature of the individual, and that consequently makes the story of Genoveva rather an interesting one.”
Source: http://filmjournal.net/keris9/2012/04/11/genoveva/
 
Duitstalige toelichting in het programmaboekje van Schauspielhaus Zürich
“Dass Robert Schumanns Oper «Genoveva» aller Kritikerschelte zum Trotz das Zeug zum Klassiker hat, bewies ihre glanzvolle Wiederbelebung am Opernhaus Zuerich in der Spielzeit 2008. Ganz den skeptischen Reaktionen entgegen, die noch die Urauffuehrung im Jahr 1850 nach sich zog, zeigte sich Presse und Publikum nun wahrhaft hingerissen von Schumanns romantischer Oper und der konsequenten kuenstlerischen Umsetzung durch das Team um Regisseur Martin Kusej und Dirigent Nikolaus Harnoncourt.
Kusej verlegt die mittelalterliche Schauerlegende um Genoveva von Brabant in eine ebenso schlichte wie ausdrucksstarke Bilderwelt: Das klinisch weiss getuenchte Gemäuer einer geschlossenen Anstalt liefert den Hintergrund dieser heillosen Geschichte um unerfuellte Sehnsucht, Verleumdung und unterdrueckte Liebe - ein Ort des Wahnsinns und der Wunden, in dem der Regisseur zugleich auch das Psychogramm der zerrissene Seele Robert Schumanns entwirft.” Bron: http://www.sendungen.sf.tv/stars/Nachrichten/Archiv/2010/05/27/Uebersicht/Genoveva