klassieker: Citizen Kane (1941)


De film reflecteert expliciet op het vertellen van verhalen. Dit gebeurt meteen in het begin al, want de film heeft twee openingssequenties: eerst imiteert Orson Welles op een tegendraadse manier en met milde spot alle mogelijkheden van de fantasy film. De eerste beelden zijn mysterieus en droomachtig. Daarna volgt plompverloren een pastiche van een bioscoopjournaal, uiterst realistisch en informatief. De aanpak van een speelfilm en documentair staan dus pal naast elkaar, waarbij zowel de mechanismen van verzinselcreatie als feitenweergave ironisch worden neergezet.
 
Het verhaal begint met een spookachtig stereotype duister kasteel op een hoge heuvel, de camera glijdt naar een raam, binnenskamers sterft een man. Als laatste woord prevelt hij ‘Rosebud’ en laat hij een glazen bol valllen: een presse-papier waar je het kunt laten sneeuwen. De glazen bol valt in scherven uiteen. De oplettende kijker weet: de glasscherven zijn een aankondiging van het centrale kernthema fragmentatie. Toepasselijk genoeg is sneeuw te beschouwen als een gefragmenteerde vorm van water.
 
Het verhaal start voor de derde keer: het team van journalisten dat het bioscoopjournaal heeft gemaakt is nog niet tevreden over de eerste ruwe montage. En inderdaad, het is nogal een saaie opsomming van nieuwsflitsen. De hoofdredacteur daagt zijn ploeg uit: welk verhaal gaan we vertellen? Een levensloop van zeventig jaar op een zinnige manier in krap zeven minuten proppen, dat valt niet mee. De basisfeiten hebben al in de kranten gestaan, stelt hij. Voor het bioscoopjournaal is daarom selectie en focus nodig: “what it needs is an angle”.
 
De kernvraag voor de journalisten (en voor ons) luidt: wat is het echte persoonlijke verhaal van Kane? Zijn openbare leven en werken is op zichzelf genomen niet het meest interessant. De vraag is: wie was hij werkelijk? Vormen zijn laatste woorden wellicht een aanknopingspunt voor een antwoord op deze vraag? Wie was Rosebud? Een renpaard? Wellicht, maar bij welke race? Laten we dit spoor volgen zegt de hoofdredacteur. “It’ll probably turn out to be a very simple thing”.
 
Vol goede moed gaat de aangewezen journalist ooggetuigen opzoeken, maar gelijk bij de eerste persoon begint de frustratie: ze weigert met hem te praten en ze is stomdronken. Komt dat verhaal ooit nog tot stand? En is de dame stomdronken uit verdriet of uit woede?
 
Citizen Kane is een eigenzinnige, virtuoze film geregisseerd door wonderboy Orson Welles, hij was 26 jaar in 1941. Citizen Kane wijkt af van de normen van Classical Hollywood, de film verlegt de grenzen van de mainstream conventies, maar maakt wel dankbaar gebruik van de opgebouwde expertise van het Amerikaanse studiosysteem. Impliciet geeft de film dus een reflectie op filmstijl.
 
Discussievraag blijft: is deze film te kenschetsen als het product van Hollywood (de mythe van de gouden eeuw van Amerikaanse cinema) of is het een product van het genie Orson Welles (de mythe van de ‘film auteur’)?
 
Het verhaal van Citizen Kane is in de ogen van veel toeschouwers te beschouwen als een sleutelverhaal, want het leven van krantenmagnaat Randolph Hearst had inderdaad genoeg overeenkomsten met de hoofdpersoon om deze verbinding te leggen. Ook tycoon Hearst zelf was duidelijk genoeg niet geamuseerd door deze ongewenste aandacht, die hij als aanklacht beschouwde.
 
Het fictieve personage Charles Foster Kane is in elk geval een ongrijpbaar meerduidig karakter, want hij wordt uitgescholden als zowel fascist en communist. Op basis van de feiten in de film is hij te kenschetsen als reactionair en progressief. Hij wil met zijn krantenbedrijf de waarheid onthullen, dit lijkt idealistisch. Maar aan de andere kant manipuleert hij opgewekt de publieke opinie. Wat is de waarheid?
 
Hij doet zich kennen als een dominante en agressieve tiran, een publieke persoon met geld en macht, maar hij gedraagt zich ook als een getraumatiseerd kind dat zichzelf op de voorgrond zet en zich graag verschuilt in zijn eigen privéwereld waar het verboden toegang is voor iedereen (‘No Trespassing’).
 
De sneeuwvlokken van de press-papier verwijzen naar het moment waarop hij als kleine jongen onverwacht en ongewild afscheid moest nemen van zijn moeder. De opvoeding door een bankier en de overdaad aan geld hebben zijn leven sterk bepaald. Toch is Citizen Kane geen sentimenteel verhaal over een idyllische jeugd die in de knop is gebroken. Het mozïek van het filmverhaal in Citizen Kane heeft als kernpunt de conclusie dat al lijkt de puzzel aan het eind compleet te zijn, dan nog is het niet werkelijk mogelijk een eenduidig beeld van iemands persoonlijkheid te krijgen. De film eindigt dan ook twee keer: we zien de oplossing van het Rosebud raadsel, maar horen meteen dat deze ontknoping totaal onbelangrijk is. De conclusie van de film is: de waarheid kan niet gekend worden.
 
Vergelijk:
  • De aanpak van Rashomon (Kurosawa, 1950), waarin een gebeurtenis van verschillende perspectieven getoond wordt, waarbij onduidelijk is wat precies de waarheid is (of: dat iedereen zijn eigen waarheid heeft, of: een eigen reden heeft om glashard te liegen).
  • De aanpak van Blind Change (Kieslowski, 1981) en Lola Rennt (Tykwer, 1998), waar verschillende opties van de werkelijkheid gepresenteerd worden.
  • The Conversation (Francis Ford Coppola, 1974), waarin onder de oppervlakte van waarnemingen een duistere werkelijkheid schuilt, of toch niet?
  • Il commara secca - http://www.peterbosma.info/?p=uitgelicht&uitgelicht=35
  • Il capitale umano (Paolo Virzi, 2013)
 
Aanbevolen achtergrondliteratuur bij Citizen Kane (1941)
 
Literatuur over Hollywood in de jaren ‘40